Voorkomen van verlies en verspilling van voedsel

DE BIJDRAGE VAN GEWASBESCHERMING

Wereldwijd gaat een derde van het voedsel verloren door verlies en verspilling. In Nederland wordt 13 procent van het gekochte voedsel verspild. Voedselverspilling is het weggooien van voedsel door horeca, retail en consumenten. Voedselverlies is het verlies van voedsel in de keten daarvoor: tijdens teelt, oogst, bewaring, verwerking en distributie. Met verlies en verspilling van voedsel gaan ook het geïnvesteerde werk, water, energie en verdere input verloren die zijn gebruikt om het gewas te produceren. Gewasbescherming speelt een belangrijke rol in het verminderen van verlies en verspilling, die verdergaat dan alleen het tegengaan van oogstverliezen.

Gewasbescherming tegen oogstverliezen

Ziekten, plagen en onkruiden zijn een voortdurende bedreiging van de gewassen in het veld. Planten en hun ziekteverwekkers zijn altijd samen geëvolueerd. Dat gaat eindeloos door: zo lang er planten zijn, zullen er ook ziekten en plagen zijn die deze planten bedreigen.

Na de Tweede Wereldoorlog deden chemische gewasbeschermingsmiddelen hun intrede. In de tijd daarvoor gingen regelmatig complete oogsten verloren door ziekten en plagen, veelal met hongersnood als gevolg. Tegenwoordig kunnen we in de Westerse wereld onze teelten effectief beschermen met behulp van gewasbeschermingsmiddelen. Hoewel dit een strijd is die nooit stil staat, mede doordat in Europa het effectief middelenpakket steeds smaller wordt door strengere toelatingseisen. Daarnaast muteren ziekten en plagen voortdurend en heeft ook de klimaatverandering gevolgen, bijvoorbeeld door toenemende insectendruk. In veel gebieden in de wereld valt nog veel winst te halen op het gebied van een efficiënte voedselproductie, onder meer door een betere inzet van gewasbescherming.


Teeltmaatregelen voor langere houdbaarheid

Hoe langer een geoogst product houdbaar is, hoe minder verlies en verspilling in de keten na de oogst. Aan Wageningen UR is vrij recent onderzoek gestart naar wat een glastuinder tijdens de groei van een gewas kan doen om de houdbaarheid van het geoogst product te verlengen. Julian Verdonk, universitair docent Tuinbouw en product fysiologie, vertelt erover.

"In het onderzoek zetten we vooral in op de invloed van licht (met LEDs kunnen we kleur en intensiteit manipuleren), temperatuur en luchtvochtigheid tijdens de groei en tijdens de oogst. We kennen de biochemische processen van een plant goed en ook de factoren die van invloed zijn op die processen. Bekend is ook dat beïnvloeding van die processen de houdbaarheid van het geoogst product ten goede kan komen. We staan nog aan het begin van dit onderzoek, maar we hebben er hoge verwachtingen van."

Kwaliteitsbehoud na oogst

De inzet van gewasbeschermingsmiddelen tijdens de teelt gaat niet alleen oogstverliezen tegen. Bij veel gewassen draagt het ook bij aan een langere houdbaarheid en voorkomt het verlies en verspilling na de oogst.

Een sprekend voorbeeld betreft mango's. Na import moeten deze vruchten nog een aantal weken afrijpen. Zonder de juiste gewasbeschermingsmaatregelen tijdens de teelt kunnen tijdens het afrijpen zwarte vlekken ontstaan, als gevolg van een schimmelinfectie. Daardoor zijn de mango's niet meer geschikt voor consumptie en kan het gebeuren dat zo’n dertig procent moet worden weggegooid. De juiste inzet van gewasbeschermingsmiddelen voorkomt dit. Dat is winst voor de teler en de ketenpartijen, maar het is ook winst op het gebied van duurzaamheid. Want de mango's die anders zouden worden weggegooid, waren al geoogst, getransporteerd en opgeslagen.

Een ander voorbeeld betreft trips in prei. Als deze plaag niet afdoende wordt bestreden tijdens de teelt, loopt de kwaliteit van prei na de oogst sneller terug en moet er meer worden weggesneden van de plant. Daardoor wordt er netto beduidend minder van de geoogste plant geconsumeerd.

Bovenwettelijke eisen en voedselverspilling

De retail stelt veelal bovenwettelijke eisen ten aanzien van residuen van gewasbeschermingsmiddelen. Dit heeft in een aantal gevallen tot gevolg dat telers een ruimere termijn dan wettelijk voorgeschreven hanteren tussen laatste toepassing van middelen en het moment van oogst.

Uit onderzoek is echter gebleken dat een ruimere termijn de houdbaarheid van bepaalde producten sterk negatief kan beïnvloeden. "In een aantal gevallen conflicteert het optimale toepassingsschema voor een maximale houdbaarheid met de bovenwettelijke residu-eisen van de retail", zegt Jolanda Wijsmuller van Nefyto-deelnemer Bayer CropScience. "Je kunt je dus afvragen of die bovenwettelijke eisen, die hun intrede hebben gedaan onder druk van NGO's, de duurzaamheid wel ten goede komen. Supermarkten hebben er geen zicht op wat er met een product gebeurt als het eenmaal bij de consument thuis is. Hoeveel producten gooien consumenten na aankoop weg omdat de kwaliteit te ver is teruggelopen? Daar zou je als keten beter zicht op willen hebben, om de juiste keuzes te kunnen maken bij het tegengaan van voedselverspilling. En de veiligheid van de consument is in elk geval gegarandeerd door de MRL."

Gewasbescherming voor langere bewaring aardappelen

Een aanzienlijk deel van het voedselverlies ontstaat tijdens de bewaring. Diverse maatregelen dragen bij aan een beter bewaarbaarheid. Ter illustratie aardappelen. Daarvan gaat grootste deel in bewaring, voordat de aardappel verwerkt of geconsumeerd wordt. Die bewaring kan lang zijn. "Voor fritesaardappelen bijvoorbeeld kan dat oplopen tot meer dan acht maanden", vertelt Romke Wustman, voormalig senior onderzoeker bij WUR en tegenwoordig als deskundige aardappelketen verbonden aan PUM.

De basis voor een goede aardappelbewaring wordt tijdens de teelt gelegd. "Schoon uitgangsmateriaal, vrij van ziekten, is een belangrijke voorwaarde. Ook het geoogste product moet vrij zijn van ziekten. Zo kan phytophthora via de bovengrondse plant in de aardappelrug terechtkomen en daar de te oogsten knollen infecteren. De schijnbaar gezonde knollen hebben dan sporen van deze schimmelziekte in zich, waardoor ze tijdens de bewaring gaan rotten. Goede gewasbescherming tijdens de teelt is cruciaal voor voldoende bewaarbaarheid."

Temperatuur, luchtvochtigheid en ventilatie tijdens de bewaring luisteren nauw. Ook het monitoren op kiemvorming en het tijdig toepassen van kiemremmingsmiddelen spelen een doorslaggevende rol in het tegengaan van verliezen.

Gewasbescherming kan ook bijdragen aan een langere houdbaarheid en voorkomt daarmee verlies en verspilling na de oogst