Op weg naar verkiezingen Europees Parlement


DE VISIE VAN VIER (KANDIDAAT) EUROPARLEMENTARIËRS
OP GEWASBESCHERMING

Van 23 tot en met 26 mei zijn de verkiezingen voor het Europees Parlement. Tijdens deze verkiezingen kiest iedere lidstaat zijn eigen Europarlementariërs. Voor Nederland is dat op 23 mei. We vroegen vier (kandidaat) Europarlementariërs naar hun kijk op het Europese beleid met betrekking tot gewasbescherming en wat dit betekent voor de land- en tuinbouw nu en in de toekomst. Waar liggen kansen voor innovaties? En hoe om te gaan met thema’s zoals voedselveiligheid, oogstzekerheid en de Europese concurrentiepositie?

Europa belangrijk voor gewasbeschermingsbedrijven

De belangrijkste wet- en regelgeving voor gewasbescherming wordt op Europees niveau vastgesteld. Dat betreft met name Verordening 1107/2009 voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en Richtlijn 2009/128 voor duurzaam gebruik. Ook het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid is van belang, evenals de verschillende milieuregels voortvloeiend uit bijvoorbeeld de Kaderrichtlijn Water.

Het Europees Parlement is een belangrijk instituut in de totstandkoming van Europese regelgeving en beleid. Er wordt gestemd over voorstellen van de Europese Commissie. Daarnaast neemt het Parlement ook zelf initiatieven die bepalend kunnen zijn voor de ontwikkelingen binnen Europa. De rol van het Europees Parlement wordt steeds groter.

De komende periode is een aantal nieuwe ontwikkelingen op Europees niveau aan de orde voor gewasbescherming (zie verderop in dit artikel). Belangrijk is wie vanuit Nederland de bepalende stemmen zijn in het Europees Parlement als het gaat om de toekomst van de land- en tuinbouw en gewasbescherming.

ANNIE SCHREIJER-PIERIK, CDA (EVP-FRACTIE):

'Behoud land- en tuinbouw in Europa'

"Als Europarlementariër merk ik dat Nederland binnen Europa een koploper is op het gebied van innovatie in land- en tuinbouw en duurzaamheid. Binnen de gewasbescherming zie ik hoopvolle innovaties als precisielandbouw, zaadbehandeling en laag-risicomiddelen. De toelating van laag-risicomiddelen moet sneller. In het Europees beleid zie ik een tegenstelling: enerzijds willen we zo snel mogelijk naar duurzaamheid, anderzijds wordt dit gehinderd door datzelfde Europese beleid. Ik ben een tegenstander van politieke bemoeienis met de uitvoering van het toelatingsbeleid. Die uitvoering moet gebaseerd zijn op wetenschappelijke feiten en als politici moeten we hierin vertrouwen op EFSA. Daar zit de deskundigheid om een goede risicobeoordeling te doen. Dit maak ik ook kenbaar in het Europees Parlement. Want we moeten voorkomen dat boeren straks te weinig tools in hun gereedschapskist hebben om te kunnen telen. Verder vind ik dat in de Europese regelgeving voor de land- en tuinbouw alles te veel op één hoop wordt gegooid. Ik pleit voor meer maatwerk.

Gewasbeschermingsmiddelen zijn essentieel voor de Europese land- en tuinbouw en daarmee voor onze voedselvoorziening. We moeten telers geven wat ze nodig hebben. Doen we dat niet, dan hebben we straks niet of nauwelijks land- en tuinbouw meer in Europa. En dan zijn we voor voedsel afhankelijk van import van buiten Europa. Dat moet je niet willen."

BAS EICKHOUT, GROEN LINKS:

'Naar een innovatieve, natuurinclusieve landbouw'

"Een hoopvolle ontwikkeling vind ik dat er steeds meer natuurlijke alternatieven komen voor chemische gewasbeschermingsmiddelen. Dat betreft groene middelen, maar ook de samenwerking met de natuur. Die laatste ontwikkeling juich ik toe, want ik geloof niet in de voortzetting van het huidige Europese land- en tuinbouwmodel. De klimaatverandering vraagt een innovatief model dat flexibel om kan gaan met weerextremen. Mijns inziens lukt dat alleen met een natuurinclusieve landbouw, zoals die ook door minister Schouten is neergezet. Al worden daarin 'hete aardappelen' zoals onze veel te grote veestapel helaas uit de weg gegaan.

Innovatie zit ook in veredeling. Daarom moeten patenten op nieuwe rassen vervallen, zodat kwekers ruimte krijgen om verder te veredelen. Over nieuwe veredelingstechnieken loopt een discussie in onze partij.

Tegelijk besef ik dat gewasbeschermingsmiddelen tot op zekere hoogte nodig zullen blijven voor voldoende oogstzekerheid. De toelating ervan moet gestoeld zijn op een wetenschappelijke beoordeling. Maar als partij vinden wij wel dat EFSA transparanter moet zijn dan zij nu is en meer openheid moet bieden over de dossiers. Wat betreft de toepassing van de middelen (wanneer, waar en hoe) moet de maatschappelijke visie meer meegewogen worden.

De omslag naar een natuurinclusieve landbouw dient niet alleen de duurzaamheid. Hij is ook nodig om de concurrentiepositie van de Europese land- en tuinbouw te behouden. De klimaatverandering, de afhankelijkheid van geïmporteerde grondstoffen (bijvoorbeeld voor kunstmest) en de grote bevolkingsdichtheid maken de Europese agrarische sector kwetsbaar. Willen we een verdienmodel en een concurrentiepositie voor Europese telers behouden, dan moeten we naar een innovatieve, natuurinclusieve landbouw."

Ontwikkelingen nabije toekomst

In Europa is een aantal veranderingen en ontwikkelingen gaande die van invloed zijn op de gewasbeschermingssector. In het kader van de REFIT (het Commissieprogramma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving) wordt gekeken naar het functioneren van zowel de Gewasbeschermingsmiddelenverordening als de Residuverordening. Het doel hiervan is een effectievere, maar ook efficiëntere wetgeving, waarbij vooral de balans tussen deze twee van belang is. Daarnaast zet de Europese Commissie in op synchronisatie van wetgeving door middel van overkoepelende voorstellen, zoals het voorstel tot wijziging van de Algemene Levensmiddelenverordening. Dit voorstel moet leiden tot een grotere transparantie en duurzaamheid van het risicobeoordelingsmodel in de gehele voedselketen.

JAN HUITEMA, ALLIANTIE VAN LIBERALEN EN DEMOCRATEN VOOR EUROPA (ALDE):

'Bied ruimte aan innovatieve technologieën''

"Ik geloof in geïntegreerde gewasbescherming (Integrated Pest Management, IPM) als instrument voor een productieve en duurzame land- en tuinbouw. Ik zie hoopvolle innovaties en ontwikkelingen die dit ondersteunen. Denk aan precisielandbouw, veredelingstechnieken, biologische middelen en micro-organismen. Maar ook een beter bodembeheer, met bijvoorbeeld gebruik van dierlijke mest voor de bodemvruchtbaarheid en niet-kerende grondbewerking.

De bestaande Europese regelgeving is in een aantal opzichten verouderd, waardoor innovatieve technologieën te weinig ruimte krijgen. De nieuwe regelgeving is te veel verzuild en onvoldoende geïntegreerd, zodat regelgeving remmend werkt op innovatie. Dit moet we veranderen naar een werkbare, geïntegreerde regelgeving. Ook de toelating van nieuwe actieve stoffen moet sneller, juist ook om biologische en laag-risico middelen snel op de markt te krijgen. Met name voor biologische middelen en micro-organismen is er te weinig kennis binnen EFSA. En te weinig financiële middelen. Dat moet beter.

Gewasbeschermingsmiddelen spelen een cruciale rol in het voorzien van Europa van voldoende en kwalitatief voedsel. Juist uit het oogpunt van duurzaamheid is het zaak om voldoende oogstzekerheid te garanderen, omdat je zo land en grondstoffen optimaal benut en voedselverlies zoveel mogelijk tegengaat. Land- en tuinbouw heeft per definitie impact op het milieu. Je moet er alleen voor zorgen dat die impact zo klein mogelijk is."

BERT-JAN RUISSEN, STAATKUNDIG GEREFORMEERDE PARTIJ / CHRISTENUNIE:

'Meer maatwerk in toelatingsbeoordeling'

"In de gewasbescherming zie ik enkele hoopvolle ontwikkelingen en innovaties. Ik denk daarbij aan precisielandbouw, moderne veredelingstechnieken en groene middelen. En ook geïntegreerde gewasbescherming en natuurinclusieve landbouw.

Punt is wel dat de toelating van groene middelen sneller moet. Verder geldt dat telers altijd een voldoende breed effectief middelenpakker achter de hand moeten hebben, voor het geval ingrijpen nodig is om een oogst te redden. Dit pakket staat onder druk door politieke bemoeienis met het toelatingsbeleid, waarbij te veel op emotie wordt gestuurd. Het toelatingsbeleid is ook te veel gebaseerd op intrinsieke gevaareigenschappen (hazard) van een actieve stof en te weinig op een risicobeoordeling (risk). We moeten een beweging maken van hazard naar risk. En naar meer maatwerk in de toelatingsbeoordeling, waarbij je toepassing van een middel onder specifieke condities toestaat.

We hebben de wereld te voeden. Dat lukt alleen met een hoogproductieve landbouw, die zo duurzaam mogelijk is. In Europa, maar ook in de rest van de wereld.

Om het verdienmodel en de concurrentiepositie van de Europese telers te behouden, moeten zij meer kunnen samenwerken. Dat betekent dat de mededingingsregels moeten worden aangepast. Ook een gelijk speelveld op handelsgebied en een goede prijs voor eerlijke producten zijn belangrijke voorwaarden. En ik vind dat boeren financieel gesteund mogen worden voor maatschappelijke prestaties, zoals inspanningen op het gebied van duurzaamheid."